Mengelingen In Musea: Zijn Musea Ook Voor POC (People Of Color)?
Als jij een museum in loopt, voel jij je thuis? Deze post gaat over je thuis voelen, POC (People Of Color) en musea met natuurlijk mijn persoonlijke ervaring.
Er bestaan veel talenten die heel indrukwekkend zijn. Voor mij is tekenen en schilderen daar eentje van. Ik houd van schilderen alleen ben soms te kritisch en perfectionistisch waardoor ik schilderijen vaak niet af wil maken. Daarom houd ik ervan om naar musea te gaan. Zulke mooie werken die gemaakt zijn in tijden waarin verf zelf werd gemaakt in plaats van even snel werd gekocht. Geen luiheid want aan dat talent werd volledige tijd en aandacht gegeven. En juist de tijd en precisie die erin zit, laat me achter met bewondering en een mond vol tanden.
Rond een jaar of tien merkte ik al hoe vet ik tekenen en schilderen vond. Ik heb twee ooms en die maakte vaak tekeningen en puzzels voor mij. Hier kon ik lang naar staren want ze maakte ze zo snel maar precies, alsof het super simpel was. Mijn aandacht ging dus vaak uit naar kunst en later ook naar cultuur. Dit beïnvloedde mijn middelbare schoolkeuze doordat er maar één school was met een kunst en cultuur klas. In het eerste jaar bezochten we alle grote musea en ik vond ze stuk voor stuk bijzonder. Later in mijn middelbare schoolcarrière koos ik ervoor om kunstgeschiedenis te volgen waardoor ik de achterliggende verhalen van schilders en stromingen meekreeg. Sommige spraken mij zo erg aan en nog steeds behoud het een speciale plek in mijn hart. In elke stad die ik bezoek, moet ik de architectuur of musea bekijken. Mijn favoriete stijl was pointillisme omdat het schilderij vanuit verschillende standpunten anders lijkt: wanneer je op afstand staat, zie het volledige plaatje maar van dichtbij zie je alle individuele stipjes die het geheel vormen. Dit was voor mij heel bijzonder en rustgevend. Het deed me ook beseffen dat de samenleving hetzelfde in elkaar zit: elk persoon (of stipje) is belangrijk en speciaal maar als je een stap terug zet, zie je het hele plaatje. Dit voorbeeld ondersteunt ook mijn mening dat we samen moeten werken om de wereld een mooie plek te maken. En hierbij hoort lekker in je vel zitten.
Ik hoor steeds vaker van leeftijdsgenoten dat ze overwerkt, oververmoeid en depressief zijn. Vaak vanwege school, werk, sociale media of zelfs sociale situaties. Steeds vaker hoor ik dat anderen zich nerveus en ongemakkelijk voelen in sociale situaties zoals tijdens het begin van het nieuwe schooljaar, presentaties of de eerste werkdag. Als verlegen kindje kon ik mijzelf hier ook volledig in terug vinden. Onzeker, bang niet leuk gevonden te worden, bang om niet goed genoeg of slim genoeg te zijn, noem het maar op. Maar toen ik ouder werd, nam dit af maar nam de werkdruk toe. Meer deadlines op school, hele hoge werkdruk, prestatiedruk, druk om in sociale verenigingen actief te zijn naast de universiteit én een bijbaan. En altijd hoor je “dit hoort erbij” maar soms is de werkdruk niet gezond. Een hele goede vriendin van mij kreeg op negentienjarige leeftijd een burnout. Sorry maar dat hoort er NIET bij. En ik ken een handvol goede vrienden die geworsteld hebben met depressie. Drie op de tien jongeren voelt zich depressief (bron: ggznieuws) en dat vind ik niet normaal.
Sommigen hadden een uitlaatklep: leuke dingen doen met vrienden of bepaalde activiteiten zoals voetballen of een andere sport beoefenen. Zelf zocht ik meer een creatieve uitlaatklep: ik hield van schilderen en schrijven. Daarom hield ik ook heel erg van musea bezoeken. Als ik dit aan anderen vertelde zeiden die al snel: “ja past wel bij jou, je lijkt me wel zo iemand”. Wat voor iemand dan, vroeg ik me af? Een creatieveling? Een kunstliefhebber? En dan kreeg ik als antwoord: “nou je bent een beetje... nerdy en... nou ja verkaast”. Dat vond ik interessant, dat verkaast en musea aan elkaar worden gelinkt. In andere woorden: Nederlanders (niet migranten) en musea bezoeken. En die gedachte zie je vaak terug bij migranten ouders.
Als je een migranten ouder vraagt “welke baan zou je kind later moeten hebben”, is de kans groot dat je hoort “advocaat, rechter, dokter” etc. Zulke banen koppelen zij aan succes. Als je hen verteld dat je in de cultuursector werkt, denken ze dat je weinig geld verdient en er geen goed werk in zit. Terwijl juist in de cultuursector diversiteit nodig is om de samenleving te kunnen representeren. Begrijp me niet verkeerd, dokters en advocaten zijn nodig en doen goed werk maar er zijn ook diverse mensen nodig in de cultuursector. Die bijdrage wordt onderschat naar mijn mening.
Doordat er weinig People Of Color (POC) werken in de cultuursector, waaronder musea, kan het komen dat veel migranten kinderen zich niet thuis voelen in musea. Dit hoorde ik vroeger heel vaak van diverse POC vrienden. Ze dachten dat musea alleen voor witte mensen zijn. Dat kan ook komen omdat bijna alle werken die er hangen gemaakt zijn door witte mensen. Dat op zichzelf is al problematisch omdat het stelt dat witte mensen als machthebbers kunnen kiezen wie in musea komen, waarover er geschilderd wordt en welke kunstwerken hoeveel waard zijn. Dan zie je dat er schilderijen zijn over minderheden zijn geschilderd maar niet door minderheden zijn geschilderd. Dit is nog steeds een vorm van controle en privilege. Dit wordt niet opgemerkt door iedereen en kan worden bestempeld en weggewuifd als “ver gezocht” en “van weinig invloed op kunst”. In mijn ogen, heeft het niet alleen invloed op kunst en de hele creatieve sector maar heeft het zelfs die hele sector gevormd.
Waar moeten we beginnen? De meningen kunnen daarover verschillen. Je zou kunnen beginnen met een quota voor musea voor hoeveel kunst zij moeten tentoonstellen van POC-artietsen. Je kan beginnen door meer POC-werknemers aan te nemen in de cultuursector. Of zelfs door POC-jongeren kennis te laten maken met kunst en musea. Als begin zijn al deze opties prima. Zelf ben ik nu een BeeldBreker bij het Van Gogh Museum en ik zie hoeveel moeite zij doen en hoe dierbaar diversiteit voor hen is. Niet omdat dat mooi staat bij de omschrijving van het museum, maar omdat het een weerspiegeling is van de huidige samenleving. Elk mens wil geaccepteerd worden en ik kan met zekerheid zeggen dat Vincent Van Gogh zich hierin zou kunnen vinden.
Het belangrijkste wat we moeten doen is het gesprek beginnen en draaiende houden. Zonder oordelen of negativiteit, gevuld met begrip en pure interesse. Alleen zo kunnen de sectoren in ons land de veranderende samenleving begrijpen en de vertaalslag laten blijken in hun acties. Het Van Gogh Museum is hier al een lange tijd mee bezig en doet het naar mijn mening heel erg goed. Als BeeldBreker zijn wij het visite kaartje van het museum. Wij vertellen in onze kringen dat kunst belangrijk, leuk, informatief en actueel is. Dat het niet erg is om kunst leuk te vinden; het is juist heel erg vet! Wij proberen dit bericht te verspreiden en tegelijkertijd het museum te informeren over welke onderwerpen aangekaart moeten worden en belangrijk zijn voor POC en jongeren. Natuurlijk is de grootste factor de doelgroep: de jongeren. Het museum staat open voor jou: voel je welkom, thuis en op je plek. Kijk rond, stel vragen, schaam je niet en maak een praatje. Sommige dingen moet je kunnen doen omdat je het leuk vind en wat jij wilt is het belangrijkste. Als je voor jezelf kiest, kies je voor kunst en cultuur. Maar als je voor kunst en cultuur kiest, kies je voor de hele samenleving.